Reiskosten

Hoe luidt de tekst van artikel 7.3 CAO PO waarin de vergoedingsregeling woning-werkverkeer wordt geregeld?

7.3 Vergoedingsregeling woning-werkverkeer

  1. De werknemer wordt een tegemoetkoming verstrekt in de kosten van het reizen tussen de woning en  de plaats van tewerkstelling, ongeacht het vervoermiddel, conform bijlage A10 van deze CAO.
  2. Indien de werknemer zijn werkzaamheden in meerdere gebouwen verricht wordt de tegemoetkoming per gebouw berekend.
  3. De afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling wordt uitgedrukt in kilometers enkele reis en wordt bepaald door de werkgever op basis van de snelste route conform de ANWB-routeplanner.
  4. Voor de eerste zeven kilometers enkele reis wordt geen vergoeding verstrekt. Dit is reeds verwerkt in de tabel van bijlage A10 van deze CAO, waarbij het aantal kilometers zoals is vastgesteld in het derde lid bepalend is voor de vergoeding. Hierbij geldt een maximum per reisdag per week.
  5. Voor een werknemer die minder dan eenmaal per maand gemiddeld tussen de woning en dezelfde plaats van tewerkstelling reist, wordt de vergoeding per reisdag (in de tabel van bijlage A10 van deze CAO aangegeven) gedeeld door 4,35.
  6. Werknemers behorend tot de functiecategorieën directie, onderwijsgevend personeel en onderwijsondersteunend personeel met lesgevende en/of behandeltaken hebben aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten over maximaal 10 kalendermaanden per schooljaar. De tegemoetkoming wordt niet uitbetaald in de maanden juli en augustus.
  7. Werknemers behorend tot de functiecategorie van onderwijsondersteunend personeel zonder lesgevende en/of behandeltaken hebben een aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten over maximaal 11 kalendermaanden per schooljaar. De tegemoetkoming wordt niet uitbetaald in de maand juli.
  8. Werknemers benoemd of aangesteld voor een kortere periode dan een heel schooljaar hebben recht op een maandelijkse vergoeding van reiskosten conform de tabel opgenomen in bijlage A10 van deze CAO, gedurende de gehele benoeming of aanstelling, voor zover de in het zesde en zevende lid genoemde termijnen niet worden overschreden.
  9. Wanneer er door de werknemer anders dan in verband met vakantieverlof gedurende een periode van twee weken niet wordt gereisd naar de plaats van tewerkstelling, wordt de aan de werknemer toe te kennen tegemoetkoming vanaf de derde week stopgezet.
  10. Indien de werknemer in verband met de datum van indiensttreding of ontslag slechts een deel van een maand reist, wordt de tegemoetkoming naar evenredigheid vastgesteld.